Berouwvolle kerst

Half verscholen achter een boom keek hij naar de woning aan de overkant van de straat. Aan de deur hing een dennenkrans met rode strikjes erin en achter het woonkamerraam brandden de lichtjes van de kerstboom. Hij zag niemand, maar wist dat ze thuis was. Misschien was dit het moment om in actie te komen. Hij wendde zijn blik af en keek naar de gele envelop in zijn hand. Een jaar geleden had hij hier ook gestaan, maar droop hij af omdat hij niet wist hoe hij het onder woorden moest brengen. Daarom had hij het dit keer opgeschreven. Het was makkelijker om de woorden door de brievenbus te gooien dan ze tegenover haar uit te spreken. Maar dit was zijn allerlaatste kans. Hij klemde zijn vingers nog steviger om de envelop, haalde diep adem en waagde het erop, terwijl hij in zijn hoofd de zorgvuldig gekozen woorden die op het papier stonden, herhaalde.

Lieve Stella,

Eigenlijk wilde ik beginnen met het woord dat ik in gedachten al zo vaak tegen je heb gezegd: sorry. Maar dat woord zou onvoldoende recht doen aan alles wat ik je wil zeggen. Er is geen dag voorbijgegaan zonder dat ik aan je dacht, maar ik kon het niet opbrengen om naar je toe te gaan om het te zeggen. Het is niet dat ik niet wilde. Na alles wat er is gebeurd, had ik niets liever gewild dan met jou daarover praten. Maar telkens als ik weer terugdacht aan dat moment waarop vader en moeder het leven lieten door mijn schuld, zonk de moed me in de schoenen.

Mijn geest kent geen rust. Al veertig jaar lang voel ik me schuldig. Ten opzichte van vader en moeder, maar vooral tegenover jou. Jij moest leven met de pijn die ik had veroorzaakt. Daarom leek het me beter om na de uitvaart weg te gaan. Ik bracht alleen maar ellende met me mee, vooral voor de mensen die me dierbaar waren. En jij was en bent de dierbaarste persoon in mijn leven, ook al keek ik alleen van een afstand toe.

Ik weet dat je getrouwd bent en dat je een zoon hebt die vaders naam draagt. Een mooier eerbetoon had je vader niet kunnen geven. Zelf heb ik me nooit kunnen binden uit angst dat ik nog meer mensen pijn zou doen. Kinderen heb ik dan ook niet. Hoe zou ik ook een kind kunnen grootbrengen, in de wetenschap dat ik hem of haar uiteindelijk alleen maar ellende zou brengen?
Ik zou nog bladzijden lang door kunnen gaan met schrijven over vroeger, maar we weten allebei wat er op kerstavond 1977 is gebeurd. Ik kan het niet terugdraaien, helaas. Maar ik wil ook geen oude wonden openrijten. Ik stuur je deze brief omdat dit mijn laatste kans is om je te laten weten dat ik je niet vergeten ben en dat je geen dag uit mijn gedachten bent geweest. En ik wil niet dat je na al die jaren over mij hoort in plaats van dat je een bericht krijgt van mij.

De dokter gaf me vorige maand nog 2 hooguit 3 maanden. En ergens is januari wel een mooie maand om te sterven. Je hebt al genoeg mensen verloren tijdens de feestdagen en uiteindelijk ben jij degene die gebeld wordt na mijn dood. Je bent immers de enige familie die ik nog heb. Veel bezittingen heb ik niet meer. Het meeste heb ik al naar de kringloop gebracht. Op mijn spaarrekening staat nog wel een aardig bedrag. Ik heb er zelf niets meer aan, maar weet dat je zoon het niet breed heeft, dus misschien kan het hem wat financiële armslag geven. Dat is het minste dat ik voor mijn familie kan doen nadat ik al die jaren ben weggeweest.

Lieve Stella, ik ga het toch zeggen: sorry. Sorry dat ik vader en moeder de dood in heb gejaagd op die verschrikkelijke kerstavond. Sorry dat ik een afstand heb gecreëerd tussen ons en ben weggeslopen uit je leven. Ik kan het allemaal niet terugdraaien, maar als ik een kans kreeg om het leven over te doen, zou ik geen moment twijfelen en teruggaan naar kerstavond 1977, mijn trots inslikken en geen ruzie maken in de auto. Dan waren we niet in het water beland en hadden vader en moeder nog langer geleefd. Maar het leven geeft geen tweede kansen en het verleden staat met onuitwisbare inkt in de geschiedenisboeken beschreven, dus al wat me rest is dat ene woord: sorry.

Je liefhebbende broer,
Berend

Vanachter de boom aan de overkant van de straat, zag hij hoe de envelop, die hij niet helemaal had doorgeduwd, naar binnen verdween. Met een klap sloeg de klep van de brievenbus dicht. Hij haalde diep adem en wreef met zijn hand langs zijn ogen toen hij Stella met de envelop in haar handen in de kamer zag staan. Ze haalde de brief eruit en begon te lezen. Toen ze haar hand voor haar mond sloeg, vroeg hij zich af of hij er goed aan had gedaan. Hij slikte nog een keer en maakte aanstalten om weg te lopen, toen hij voor het eerst in al die jaren haar stem hoorde. “Berend?”

Langzaam draaide hij zich om. Met de brief nog in haar handen, stak ze de straat over. Toen ze voor hem stond, sloeg ze met haar vrije hand hard tegen zijn wang.
“Dat is omdat je een idioot bent.”
“Het spijt me, Stella.”
“Ja, dat schreef je al. Maar jij hoeft geen sorry te zeggen. Niet tegen mij. Ik heb jou nooit de schuld gegeven van wat er is gebeurd. Het was een ongeluk. Ja, jij ging tekeer tegen papa, maar hij had op de weg moeten letten. Maar ook dan had hij waarschijnlijk te laat doorgehad dat de weg plotseling glad werd.”
“Maar ik…”
“Niks te maren, Berend. Het was jouw schuld niet. Het was dus nergens voor nodig om te verdwijnen. Weet je hoeveel pijn me dat heeft gedaan? Op het moment dat ik mijn grote broer het hardst nodig had, verdween hij. Ik heb geleerd te leven met de onzekerheid over jouw lot. Je had eerder terug moeten komen. En het leven geeft misschien geen tweede kansen, maar ik wel. Voor mij voelt het als een kerstgeschenk dat ik jou nog een keer kan zien voordat je… nou ja, je begrijpt het wel. We hebben zo veel jaren verloren die we niet meer terugkrijgen en waarin vele tranen zijn gevloeid, dat ik op dit moment meer blijdschap voel dan boosheid. Dus alsjeblieft, ga niet weg en schuif op zijn minst aan voor het kerstdiner.”
Zuchtend keek hij zijn zus aan en drukte een kus op haar voorhoofd.
“Graag, Stella.”
Hij volgde haar het huis in en voor het eerst in meer dan veertig jaar voelde kerst weer een beetje als kerst voor hem.