Kerstverhalen 2009
Waar komt kerstmis vandaan?
In de tijd dat het levensritme van de mensen zich nog spiegelde aan het ritme van de aarde en seizoenen vierde men in deze periode van het jaar reeds de zonnewende.
Uitgeput door de koude, duisternis en een trieste, levensloze natuur vierden ze de kortste dag van het jaar en de nakende terugkeer van het mooie weer.
Binnenkort zou immers de zon terugkeren en als een ware zegen het leven terugschenken aan moeder aarde en bloemen en planten weer doen groeien. Deze "decemberfeesten" vonden plaats van november tot januari en kenden allerlij festijnen en feestelijkheden. En dat is niet veranderd!
Als symbool van het leven maakten de groene boom en het vuur steeds deel uit van de feesten. Zo versierden de Romeinen hun huizen reeds met hulsttakken en staken de Noormannen grote vredesvuren aan. Pas in de derde eeuw begon het christelijke Westen, in deze periode van heidense feesten, op 6 januari driekoningen te vieren.
Hierbij werd tegelijkertijd de geboorte van Christus herdacht, zijn verering door de driekoningen, zijn doop en zijn eerste mirakel te Kanaan. Het woord "Kerstmis" komt van het latijn "nitalis", wat geboorte betekend. In de vierde eeuw, meer bepaald in het jaar 354, besliste Paus Julius de eerste dat Jesus officieel werd geboren op 25 decemder.
Zo werd Kerstmis een van de allerbelangrijkste feesten van de Westerse wereld, zowel in de liturgische als de profane kalender. En de tradities rond Kerstmis komen waarschijnlijk doodgewoon voort uit de fascinatie die de mens al eeuwen lang ervaart als hij het mysterie van het leven aanschouwd. Het leven dat steeds opnieuw wordt geboren.
Kerstmis met Grijze muis
Grijze Muis loopt door het bos. Ze heeft een bijl bij zich. Speurend en keurend gaat ze op zoek naar een mooie kerstboom. "Mijn hemel, wat staan er veel," roept ze. Steeds als ze denkt er een gevonden te hebben, kijkt ze toch weer verder. Nu eens is de boom te klein, dan weer te groot. Of niet mooi recht. Of te kaal. Of juist te vol. Om wanhopig van te worden. Waarom staan er ook zo veel! Twee bomen waren genoeg geweest, denkt Grijze Muis. Dan nam ik de mooiste en was ik klaar. Een boom is nog beter. Hoefje niet eens te kiezen. Grijze Muis trekt haar ijsmuts over haar ogen en draait drie keer in de rondte.
Dan blijft ze staan en wijst met haar bijl recht vooruit. Die boom neemt ze. Langzaam trekt Grijze Muis haar ijsmuts omhoog. Nee maar! Wat een prachtige kerstboom wijst ze aan! Dat die haar niet eerder is opgevallen. Het is een kaarsrechte spar. Niet te groot, maar zeker niet te klein. En wat is hij mooi van vorm. Hij staat een beetje apart van de andere sparren. Op een heuveltje. Alsof hij op een voetstuk staat. Voor het mooie zou Grijze Muis eigenlijk ook het heuveltje mee naar huis moeten nemen. Het is bijna zonde de boom hier weg te halen. Grijze Muis pakt haar bijl met twee handen vast en zwaait ermee naar achteren. Dan bedenkt ze zich. Ze heeft een beter plan.
Het is Kerstmis. Grijze Muis staat voor haar huis om de gasten op te vangen. Vreemde Eend is er als eerste. "Gaan we weer ganzenbord spelen?" vraagt ze. "Hou je jas maar aan en je muts maar op," zegt Grijze Muis. "We gaan straks ergens heen. Meer zeg ik niet." Al gauw komen ook de andere gasten. Haas, Kraai, Groene Poes, Kuik en Vark en de Rat van Weinig Woorden. "Zijn we er allemaal?" vraagt Grijze Muis. "Nu wel," zegt Liegbeest, die als laatste is binnengekomen. "Laten we dan maar gauw gaan," zegt Grijze Muis.
En daar gaan ze. in optocht door de donkere en koude kerstnacht. Voorop loopt Grijze Muis. Met een lampion. Ze steken de rivier over en lopen naar de rand van het bos. Daar blijven ze staan. "We zijn er," zegt Grijze Muis. "En wat moet hier dan zijn?" vraagt Kraai. "Een heel bijzondere boom," zegt Grijze Muis. "Doe je ogen maar dicht." "Dan zien we nog minder," zeggen Kuik en Vark, maar toch doet iedereen wat Grijze Muis heeft gezegd. Grijze Muis loopt zachtjes naar de kerstboom op het heuveltje.
Een voor een steekt ze de kaarsjes aan. "Doe je ogen maar weer open," zegt ze als alle kaarsjes branden. Grijze Muis is benieuwd wat haar gasten zullen zeggen. Maar ze zeggen niets. Iedereen is sprakeloos. Behalve de Rat van Weinig Woorden. "Sprankelbaar!" stamelt hij. Hij heeft het woord zelf verzonnen, maar iedereen weet wat hij bedoelt. En iedereen is het helemaal met hem eens. Grijze Muis straalt van trots. Ze geeft iedereen een dikke plak kerstbrood met poedersuiker.
En een glaasje warme gloeiwijn. Tegen de kou. "En dan gaan we elkaar nu verhalen vertellen," zegt ze. "Wie wil er beginnen?" Om de beurt vertellen ze elkaar een mooi winterverhaal. Met heel veel sneeuw erin. Ze vertellen tot de kaarsjes in de kerstboom allemaal zijn opgebrand. Dan is het kerstfeest afgelopen. Wat een heerlijk feest is het geweest. In een woord: 'sprankelbaar!'
Auteur: Koos Meinderts
Kerstverhalen