De schemering spreidde zich langzaam uit over het landschap. Een frisse bries liet de lucht om ons heen verder afkoelen, dus trok ik Noa dichter tegen me aan. We zaten naast elkaar op de bank in de voortuin en tuurden omhoog. Ineens schoot zijn arm de lucht in en liet hij zich van de bank glijden.
“Daar is ze, daar is ze,” riep hij terwijl hij opgewonden begon te springen, “Ziet mama ons ook?”
Ik hurkte naast hem en wreef met mijn hand door zijn haren. “Natuurlijk, lieverd. Ze kijkt nergens anders naar.”
Ik sloot mijn ogen en vroeg me af hoe een jaar tegelijkertijd zo snel en zo tergend langzaam voorbij kon gaan. Een dronken bestuurder had onze wereld leeg gemaakt, maar mijn hoofd bleef vol. Vol met vragen, verwensingen en angst. Die angst richtte zich nu eerst op morgen. Want hoe moesten we die dagen doorkomen zonder haar.
Noa trok aan mijn arm.
“Papa knuffel.” Noa strekte zijn armen uit. Ik tilde hem op en hij sloeg zijn armen rond mijn nek.
“Kom, het is bedtijd voor kleine sterrenkijkers,” zei ik zo opgewekt mogelijk.
Noa draaide zijn hoofd en zwaaide naar de sterrenhemel. “Dag mama, tot morgen.”
Lees verder
Sterrenstof
